BIOGRAFIE

Als je de naam van Gilbert Yvel googelt, tref je vooral negatieve dingen over hem aan als vechter. De 41-jarige Amsterdammer was een grote naam en een van de spectaculairste vechters in de vroege jaren van de Nederlandse MMA, maar internationaal is hij vooral berucht door onsportief gedrag. Hij werd onder andere gediskwalificeerd voor het bijten van een tegenstander en het knock-out slaan van een scheidsrechter. Buiten de kooi is hij compleet het tegenovergestelde van een bullebak. Op 12 mei vocht je voor het eerst na anderhalf jaar weer in Peking. Toen versloeg je Mighty Mo in de eerste ronde van het Road FC 218 Openweight Grand Prix met een armklem. Waarom maak je een comeback? Comeback vind ik een groot woord. Elke twee á drie weken krijg ik nog een uitnodiging om ergens te vechten, maar meestal zijn die aanbiedingen een beetje duf. Organisaties willen mij dan hebben voor bedragen waar ik niet warm of koud van word. Maar tegen het aanbod van Road FC kon ik geen nee zeggen. Is geld de belangrijkste motivatie om weer in de kooi te stappen? Simpel gezegd: ja. Ik moet er wel beter op worden natuurlijk. Vroeger was vechten echt m’n brood. Je moest knokken om rond te komen en organisatoren wisten dat, dus konden ze altijd onder je vraagprijs bieden, zonder dat je kon afwijzen. Dat is nu anders. Ik hoef niet meer, ik ben lekker bezig met trainingen geven. Maar als het nog steeds op m’n pad komt, waarom niet? Een mooi bedrag is altijd meegenomen. Daarnaast doe ik mee aan een toernooi, dat maakt het ook interessanter omdat er een wereldtitel op het spel staat. Het voelt goed om elke dag bezig te zijn. In principe was ik gestopt, maar de motivatie is terug. Dat laatste gevecht zag er trouwens pijnlijk uit voor je tegenstander Mighty Mo. Gelukkig voor mij was het snel voorbij. Ik had voor die partij heel erg veel last van een heupblessure en was helemaal stuk toen ik bovenop hem kwam. Als ik niet snel voor die armklem ging, was ik waarschijnlijk de eerste vechter in de geschiedenis geweest die afklopt terwijl hij bovenop zit in mount (de positie waarbij een vechter op de borst van een liggende tegenstander zit, red.). Ik vond het vreemd dat hij niet afklopte, want technisch klopte alles. Toen trok hij zich aan mijn broek omhoog en bleek zijn arm half gebroken. Elleboog uit de kom. Hoe kwam je in aanraking met vechtsport?

Rond mijn zestiende begon ik met kickboksen in Hengelo. Daar woonde ik in een pleeggezin. Die training was trouwens niets meer dan koppen inslaan zonder enig benul van hoe en wat. Ik had op mijn negentiende het doel om wereldkampioen kickboksen te worden, waardoor ik naar Amsterdam vertrok om brutaal bij m’n vader te wonen. Stond ik opeens op de stoep met twee plastic zakken in m’n handen om te zeggen dat ik bij hem introk. Alle toppers kwamen van de grote kickboksscholen uit Amsterdam. Daar ontmoette ik Lucien Carbin, en toen begon het echt. Kickboksen is geen MMA, hoe ben je daarin terecht gekomen? Ik had net drie maandjes kickbokstraining achter de rug toen ik met Lucien naar een klein galaatje in de Zilvermeeuwen in Zaandam ging. Er was iemand uitgevallen en ik werd gevraagd om voor 5 gulden in te vallen. Dat was bij een free fight-partij tegen Bob van Straten, toen heette het nog niet eens mixed martial arts. Ik had toen ooit de eerste twee UFC-evenementen op televisie gezien en dacht altijd: ‘Ja dag, ik ga nooit van m’n leven free fight doen.’ Maar Lucien had vertrouwen in me, dus ik deed het. Ik werd gelijk met een judoachtige heupworp op de grond gegooid en toen ik lag dacht ik: ‘Wat doe ik hier? Dit wil ik helemaal niet.’ Uiteindelijk kon ik opstaan en won ik via knock-out door een knie, maar achteraf werd ik gediskwalificeerd omdat knieën niet toegestaan waren. Dat gevecht aannemen was achteraf gezien de beste keuze die ik ooit in mijn leven heb gemaakt. Kickboksen is geen MMA, hoe ben je daarin terecht gekomen? Ik had net drie maandjes kickbokstraining achter de rug toen ik met Lucien naar een klein galaatje in de Zilvermeeuwen in Zaandam ging. Er was iemand uitgevallen en ik werd gevraagd om voor 5 gulden in te vallen. Dat was bij een free fight-partij tegen Bob van Straten, toen heette het nog niet eens mixed martial arts. Ik had toen ooit de eerste twee UFC-evenementen op televisie gezien en dacht altijd: ‘Ja dag, ik ga nooit van m’n leven free fight doen.’ Maar Lucien had vertrouwen in me, dus ik deed het. Ik werd gelijk met een judoachtige heupworp op de grond gegooid en toen ik lag dacht ik: ‘Wat doe ik hier? Dit wil ik helemaal niet.’ Uiteindelijk kon ik opstaan en won ik via knock-out door een knie, maar achteraf werd ik gediskwalificeerd omdat knieën niet toegestaan waren. Dat gevecht aannemen was achteraf gezien de beste keuze die ik ooit in mijn leven heb gemaakt.

Whatsapp Ons